flickr.com / rosmary

De afgelopen jaren is in Nederland met wisselende belangstelling gesproken over de Europese Grondwet. Veel mensen kunnen zich bij die wet niet zo veel voorstellen, en dat is niet vreemd. De buitenlandse politiek is namelijk niet altijd even inzichtelijk. In dit artikel bespreken we een aantal belangrijke instellingen die te maken hebben met de Europese politiek. We beginnen met de Europese Grondwet.

De Europese Grondwet is een initiatief van Europese Unie. De Europese Unie is een samenwerkingsverband binnen Europa, tussen de overheden van 27 lidstaten, waaronder Nederland. Sinds de oprichting in de jaren 50 van de vorige eeuw werken de lidstaten samen op verschillende vlakken. Een voorbeeld die deze samenwerking heeft opgeleverd is de Euro, de gemeenschappelijke munteenheid van 17 Europese landen.

Tijdens de Europese Top in juni 2004 zijn de leiders van de lidstaten overeen gekomen dat er een Europese Grondwet moet komen, die geldt binnen de Europese Unie. Het document maakt plaats voor gedateerde verdragen, en is bedoeld om de positie van Europa te versterken. Zo wordt de macht van Europa, ten opzichte van afzonderlijke lidstaten groter, en kunnen Europese besluiten door nieuwe bepalingen sneller worden genomen.

Op 29 oktober 2004 werd de wet ondertekend. Tot werkelijke invoering komt het echter nooit. Hiervoor is namelijk instemming van alle parlementen nodig. In sommige landen werd de keuze om al dan niet in te stemmen met de Grondwet, via een referendum overgelaten aan het volk. Ook in Nederland mochten kiesgerechtigden naar de stembus om zich uit te spreken. In de aanloop naar de stemdatum op 1 juni 2005, werd er door politieke voor – en tegenstanders stevig campagne gevoerd. Nederland stemde uiteindelijk samen met Frankrijk tegen de Europese Grondwet, waardoor de invoering niet kon doorgaan. Inmiddels is sinds december 2009 "Het verdrag van Lissabon", een variant op de Europese grondwet, van kracht.